Inburgering nieuwe stijl focust op werk (in De Stentor)

Terug naar nieuws

Gepubliceerd op: 13 mei 2019

Inburgering nieuwe stijl focust op werk (in De Stentor)

Foto door: Joan Kruitwagen loopt vooruit op de nieuwe inburgeringswet. Ze begeleidt nieuwkomers niet alleen in het klaslokaal maar ook daarbuiten. Op zoek naar passend werk. © Rob Voss

Inburgering nieuwe stijl focust op werk (in De Stentor)

Inburgeren nieuwe stijl focust op werk: ‘Door een steentje bij te dragen, gaan mensen zich thuis voelen’

De inburgering van nieuwkomers gaat op de schop. Opnieuw, want het huidige beleid faalt. Werk moet het nieuwe sleutelwoord worden. Joan Kruitwagen-Winter uit Apeldoorn werkt al lang op die manier. ,,Met taalles alleen kom je er niet. Je kunt elkaars taal spreken, maar dat wil niet zeggen dat je elkaar begrijpt.’’

Alice van Eijk 

Behendig gaat ze met een doekje de kastjes langs, niets ontsnapt aan haar aandacht. Senait Weldit (32) uit Wezep is een aanpakker, ze ziet werk. De van oorsprong Eritrese maakt sinds kort huisjes schoon op vakantiepark De Leemkule in Hattem. Ze is goed ‘ingeburgerd’, heeft het examen gehaald en is aan het werk. ,,Ik woon in Nederland en ik wil de Nederlandse taal goed leren. Dat lukt het beste als ik werk en ik tussen andere mensen ben.’’

Senait Weldit burgert in zoals minister Wouter Koolmees van Integratie het graag ziet, maar ze is een uitzondering. Nieuwkomers moeten volgens de huidige regels zelf een inburgeringscursus zoeken. Een aanpak die niet werkt, erkende ook Koolmees: ,,Het lukt niet als je de taal nog niet spreekt.’’ Het is voor inburgeraars lastig om goede en de slechte cursussen van elkaar te onderscheiden. Het duurt daardoor te lang voordat ze zonder bijstandsuitkering kunnen.

De taaleisen gaan omhoog, omdat een betere beheersing van het Nederlands de kans op een baan vergroot

Persoonlijk plan

Koolmees wil nieuwkomers meteen aan het werk zetten en ondertussen de taal laten leren. Gemeenten moeten voor alle inburgeraars een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) maken. De taaleisen gaan omhoog, omdat een betere beheersing van het Nederlands de kans op een baan vergroot. Niet iedereen zal dit niveau kunnen halen, maar ook voor nieuwkomers die een minder hoog taalniveau halen, is alles erop gericht dat ze zo snel mogelijk zelfredzaam worden. Werk is daarbij het sleutelwoord. Gemeenten krijgen twee jaar de tijd om zich voor te bereiden: inburgeren 3.0 moet begin 2021 een feit zijn.

Deze week nog meldden regeringspartijen CDA en D66 bovendien dat de nieuwe Nederlandse inburgeringswet ruimte biedt om Turken die naar Nederland komen, verplicht te laten inburgeren. Dat is nu niet het geval, maar de invoering van het PIP maakt dat die inburgeringsplicht toch op te leggen valt.

Energie

De Apeldoornse Joan Kruitwagen-Winter (49) doet al jaren wat in Den Haag wordt bepleit. Ze is directeur van opleidingsinstituut WES-Educatie met vestigingen in onder meer Apeldoorn, Nunspeet en Elburg. Senait uit Wezep volgt het door Kruitwagen bedachte ‘WEL-traject’, waarin statushouders intensief worden begeleid naar werk en bij het leren van de taal.

Juist door mee te werken, een steentje bij te dragen aan een samenle­ving, gaan mensen zich thuis voelen

Joan Kruitwagen-Winter, directeur WES-Educatie

Kruitwagen biedt dit traject ruim een jaar aan. Het idee ontstond echter al een tiental jaar geleden, toen ze op ROC Aventus in Apeldoorn Nederlands gaf aan statushouders. ,,Voor mijn gevoel miste er iets, met taalles alleen kom je er niet. Je kunt elkaars taal spreken, maar dat wil niet zeggen dat je elkaar begrijpt. En als je elkaar niet begrijpt, dan kun je je ook niet thuis voelen. Juist door mee te werken, een steentje bij te dragen aan een samenleving, gaan mensen zich thuis voelen. Dat gaat niet één, twee, drie. Daar is tijd, energie en verdieping voor nodig. Maatwerk ook. Waarom voelt iemand zich anders? Wat zijn de achtergronden? Welke trauma’s spelen? Daar ben ik mee aan de slag gegaan.’’

Ze besloot voor zichzelf te beginnen met het ‘Multi Culti’-project in Apeldoorn. ,,Mensen deden betaald werk, maar ook vrijwilligerswerk, ze voelden zich nuttig.’’ Het resulteerde in een opleidingsinstituut. Het werk- en leertraject is bedacht in de praktijk. ,,We bieden meer taallessen aan dan wat de regels voorschrijven. De lessen richten we zo praktisch mogelijk in. Waar doe je boodschappen? Hoe neem je de rotonde naar de supermarkt? We hebben een spreekuur voor en na afloop van de lessen. Daar kunnen de mensen terecht met vragen. Ook simpele: hoe koop ik een fiets?’’

Het wordt gewaardeerd, ook oud-cursisten komen nog met regelmaat even langs. ,,Als ze met iets worstelen, maar ook om iets moois of een blije gebeurtenis te delen. Of gewoon voor een kop koffie. Ook goed.’’

Joan Kruitwagen (rechts) is directeur van opleidingsinstituut WES-Educatie maar staat ook gewoon voor de klas. Hier op de locatie in Nunspeet.

Joan Kruitwagen (rechts) is directeur van opleidingsinstituut WES-Educatie maar staat ook gewoon voor de klas. Hier op de locatie in Nunspeet. © Rob Voss

Appje

Daarnaast zijn Joan Kruitwagen en haar twaalf medewerkers altijd bereikbaar. ,,De lijntjes zijn kort, dat moet ook. Als een cursist niet op de les verschijnt, gaat er een appje uit. We proberen te achterhalen waarom iemand er niet is en koppelen dat direct terug met de betreffende gemeente. We kunnen snel schakelen. Het verklaart denk ik waarom het zo goed werkt.’’

,,Als iemand op het minimale taalniveau zit, gaan we op pad. Naar buiten. Want inburgeren doe je vooral buiten de taalklas. Je kunt ze van alles vertellen maar ze moeten het zelf gaan ervaren. Door vrijwilligerswerk te doen. Of betaald werk, zoals Senait nu doet. Ze keek bijvoorbeeld mensen amper aan als ze werd aangesproken. Nu doet ze dat wel. Of ze zei ‘ja’ als ze ‘nee’ bedoelde omdat ze de context niet begreep.’’

Alles begint met zelfver­trou­wen. Mijn moeder zei altijd: zoek een paar mensen die in jouw droom geloven

Joan Kruitwagen-Winter, directeur WES-Educatie

Ze weet waarover ze het heeft. Joan Kruitwagen kwam zelf als klein meisje met haar moeder en broertjes en zusjes van Suriname naar Nederland. Ze leerde dat inburgeren hard werken is. ,,Alles begint met zelfvertrouwen, geloof hebben in jezelf. Mijn moeder stond in haar maatschappelijke carrière ook altijd andere mensen bij en zei altijd: ‘zoek een paar mensen die in jouw droom geloven. Koester de kritiek.’ Zo ben ik grootgebracht. Het maakt dat ik andere vrouwen een handje wil helpen daar te komen waarin zij geloven. En dat ik achteraf kan zeggen: ‘wat ben ik blij dat ik in jou heb geloofd.’ Bovendien: onderschat de kracht van een vrouw niet. Senait werkt hard omdat ze iets wil toevoegen, maar vooral omdat ze niets liever wil dan haar kinderen weer in de armen sluiten. Daarin probeer ik haar te helpen, door met haar mee te lopen. Zodat zij blijft staan. Op de werkvloer en thuis.’’

Uitkering

De bevlogenheid, de betrokkenheid van Kruitwagen werkt, weten ze in Oldebroek. De gemeente heeft dankzij intensieve begeleiding 26 statushouders van een uitkering naar werk of opleiding gekregen. Kathleen Hup en Klara Slijkhuis zijn bij de gemeente Oldebroek verantwoordelijk voor de integratie van nieuwkomers. ,,De combinatie van taalverbetering en meedoen aan het maatschappelijke leven, is een heel goede voor deze mensen. Als alle opleidingsinstituten zo zouden werken, dan zouden we in Nederland veel betere resultaten kunnen boeken’’, voorspelt Slijkhuis.

Het succes zit hem in de korte lijntjes en de intensieve begeleiding, vult Hup haar collega aan. ,,Joan en haar medewerkers zitten er bovenop. Ze verzorgen niet alleen extra taallessen maar begeleiden de statushouders ook buiten het leslokaal.’’

Voor de 10.000 euro die nu per statushou­der wordt uitgekeerd om in te burgeren, red je het niet

Kathleen Hup en Klara Slijkhuis, gemeente Oldebroek

Geld is nog wel een dingetje, erkennen Hup en Slijkhuis. ,,Voor de 10.000 euro die nu per statushouder wordt uitgekeerd om in te burgeren, red je het niet. We kunnen de zaken op deze manier aanpakken omdat we ook andere potjes kunnen aanwenden. Inburgeren 3.0 werkt zeker, maar bij de nieuwe wet inburgering zal de minister met meer geld over de brug moeten komen.’’

Thuis

Senait is klaar voor vandaag, haar huisjes zijn schoon. Ze pakt haar fiets en zet koers richting Wezep. Naar het huis dat pas echt haar thuis wordt als haar twee kinderen weer bij haar zijn.

De nieuwe wet inburgeren: wat verandert er?

Gemeenten krijgen vanaf 2021 de touwtjes weer in handen, zodat nieuwkomers niet meer zelf hun inburgering hoeven te regelen. Daar staat tegenover dat hun sneller een straf boven het hoofd hangt als ze verzaken.

Gemeenten gaan de lessen inkopen. Daarvoor gebruiken zij het geld dat nu nog als lening aan de inburgeraars zelf wordt uitgekeerd. Nieuwkomers krijgen vervolgens, als onderdeel van hun persoonlijke Plan Inburgering en Participatie (PIP), van de gemeente een aanbod voor een inburgeringstraject. Zo hoopt minister Wouter Koolmees misstanden en fraude bij aanbieders zoveel mogelijk te voorkomen. Het blijft de verantwoordelijkheid van nieuwkomers om binnen de termijn van drie jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht en dus examen te doen.

Koolmees wil dat statushouders vanaf het eerste moment aan de slag gaan met hun inburgering. Gemeenten gaan hen daarbij begeleiden. Dat betekent dat zij in de eerste periode voor statushouders zaken als huur en kosten voor verzekeringen vanuit de bijstand betalen. De duur van deze ondersteuning verschilt per persoon en wordt vastgelegd in het PIP. Tegenover deze extra begeleiding staat dat inburgeraars die zich onvoldoende inzetten, vaker en sneller dan nu te maken krijgen met sancties, zoals een boete.

De nieuwe Wet Inburgering wordt op 1 januari 2021 ingevoerd, een half jaar later dan de bedoeling was. Toen Koolmees vorig jaar zomer bekendmaakte dat er een nieuwe inburgeringswet zou komen, sprak hij over een start in juli 2020. ,,Inmiddels is gebleken dat dit te ambitieus was’’, zo liet Koolmees onlangs weten.